Kamers hebben hier geen nummers, maar namen. Hoewel ik het kasteel ken, weet ik mijn naam - of althans, mijn kamer voor de komende dagen - niet te vinden. De aardige mevrouw loopt met me mee.
Ik steek de sleutel in het slot, hou even mijn adem in en open de deur. Mijn kamer heeft de welluidende naam Oosterkim. Voor me zie ik een kleine tweepersoons kamer. Gelukkig is-ie voor mij alleen, want met z'n tweeën zou het hier krap zijn. Mijn reistas zet ik op de grond en loop naar de dakkapel. Door het venster zie ik de slotgracht met vrolijk kwakende eenden. Daarachter een weiland, omzoomd door een beekje en bos. Veel bos. De zon lacht me toe. Ik lach terug. Fijn, ik ben er weer.
Het is mijn tweede bezoek aan deze plek. Vorig jaar was ik hier ook. En ook toen vond ik hier de rust en de stilte die ik zocht. Met aardige mensen om me heen die allemaal hetzelfde zochten. En vonden. Dit jaar zal het niet anders zijn.
Als ik aan het begin van de middag ga eten, loop ik A. tegen het lijf. Hij is er ook weer, net als toen. Samen met zijn vrouw. En ook met C. wissel ik een warme handdruk uit. Mensen met wie ik de komende dagen nog de nodige kopjes koffie drink en fijne gesprekken voer.
Tussen die kopjes koffie door zit ik rustig op mijn kamer. Achter het bureau aan het raam, waar ik in mijn schrijfmap aantekeningen maak. Met de vulpen die al zo'n 25 jaar in mijn rechterhand ligt, en die al heel wat van mijn gedachten en ideeën uit de kroon heeft laten vloeien. Tussendoor wandel ik door de bossen over het landgoed, waar ik in de modder mijn voetsporen achterlaat. I was here.
's Avonds wandel ik met een handjevol anderen steevast naar de naburige abdij voor de completen. Het monotone psalmengezang van de Benedictijner monniken tijdens hun dagsluiting maakt indruk. Iedere keer weer. En hoewel ik claim niet gelovig te zijn, lijkt het hier toch steeds alsof ik een hand op mijn schouder voel. Niet zomaar een hand, maar een Hand. Het is een gevoel dat bij me blijft als we door het donkere bos teruglopen, en dat me ervan weerhoudt om nog met de anderen een gezamenlijk wijntje te pakken in de gezellige huiskamer. Ik wil naar de stilte van mijn Oosterkim.
In de loop der dagen onthaast ik genadeloos. Het ritme van thuis vervliegt en lijkt bijna iets van lang geleden. Af en toe krijg ik een berichtje van het thuisfront - al dan niet met een foto van de kinderen. Ze maken het prima, redden het best zonder mijn aanwezigheid.
Dan komt na een paar dagen weer het onvermijdelijke afscheid. Niet alleen van de plek en de rust, maar ook van de mensen. En nog voordat ik die ochtend mijn laatste kopje koffie kan leegdrinken, staat mijn vrouw naast me. Wat later stap ik in de auto en rijden we het landgoed af. Weg van het rustieke, terug naar de bewoonde wereld. En net als vorig jaar toen ik hier wegreed, weet ik niet of ik hallo moet zeggen tegen mijn dagelijkse leven of tot ziens tegen de rust van deze karakteristieke plek. Ik blijf mezelf het antwoord schuldig. En dat is oké.
Dit is de weblog van Paul Gubbels. Hier schrijf ik met enige regelmaat korte stukjes over van alles wat mij op- en invalt.
dinsdag 5 januari 2016
maandag 14 december 2015
Mag ik nu op zwemles?
Ze had zich er maandenlang op verheugd. Misschien zelfs wel een jaar lang. We hadden het haar toegezegd. Dat ze even geduld moest hebben, en dat ze op haar vijfde naar zwemles mocht. En toen werd het kleine meisje vijf.
"Papa, mag ik nu op zwemles?", vroeg ze gretig die ochtend, op haar jaarlijkse feestdag in oktober. Wat mij betreft, had het direct gemogen, maar een bescheiden wachtlijst dwong haar - en ons - tot een oefening geduld. Wachtlijsten... Een typisch Nederlands verschijnsel. Alleen al om het doelloze van wachtlijsten zou ik er een hekel aan kunnen krijgen - maar dat terzijde.
Onlangs was het zover: haar eerste zwemles. Het voorafgaande weekeinde stond ze kritisch ijdel naar zichzelf te kijken in de passpiegel. Want je bikini moet natuurlijk wel goed zitten als je gaat zwemmen! Later die week toog ik met haar naar het zwembad. Om haar hooggespannen verwachtingen naar een realistisch niveau te brengen vertelde ik haar dat ze toch echt niet na de eerste les zou kunnen zwemmen. Dat die eerste les vooral een kennismaking met water zou zijn. Zo eigenwijs als ze kan zijn, zo graag nam ze het nu van me aan.
In het kleedhokje zong ze van blijdschap. Even later ging ze stilletjes tussen de andere kinderen zitten op het bankje naast het zwembad, waar ze vriendelijk werden opgevangen door badmeester T.
Na zijn introductiepraatje liep het rijtje serieus kijkende kinderen naar de trap, waarover ze een voor een het warme water in stapten. Ik ken mijn dochter. En ik zag aan haar hele lijf dat het háár moment was. Háár zwemles, waarop ze zich zo lang had verheugd. Ingetogen maar trefzeker liep ze door het water. Zwaaide breed lachend naar me. Met een gerust hart verliet ik met de andere ouders het bad om in het restaurant koffie te drinken.
Na de les kwam ze me met een grote grijns tegemoet. Ik bukte, zodat ze haar natte armen om mijn nek kon slaan. "Hoe was het?", vroeg ik, maar het antwoord had ik al afgelezen aan haar gezicht.
In de auto, op weg naar huis, vertelde ze honderduit over alles wat ze had gedaan en hoe leuk ze het vond. Inmiddels heeft ze een handjevol zwemlessen achter de rug. Met plezier zie ik haar iedere keer gaan en komen. De pret, het enthousiasme, de ervaring die ik haar zo gun. Waar ze haar hele leven mee vooruitkan. En die ze wellicht ooit mag beleven met haar eigen kinderen. Ze zal met een knipoog terugkijken naar de dag van vandaag.
"Papa, mag ik nu op zwemles?", vroeg ze gretig die ochtend, op haar jaarlijkse feestdag in oktober. Wat mij betreft, had het direct gemogen, maar een bescheiden wachtlijst dwong haar - en ons - tot een oefening geduld. Wachtlijsten... Een typisch Nederlands verschijnsel. Alleen al om het doelloze van wachtlijsten zou ik er een hekel aan kunnen krijgen - maar dat terzijde.
Onlangs was het zover: haar eerste zwemles. Het voorafgaande weekeinde stond ze kritisch ijdel naar zichzelf te kijken in de passpiegel. Want je bikini moet natuurlijk wel goed zitten als je gaat zwemmen! Later die week toog ik met haar naar het zwembad. Om haar hooggespannen verwachtingen naar een realistisch niveau te brengen vertelde ik haar dat ze toch echt niet na de eerste les zou kunnen zwemmen. Dat die eerste les vooral een kennismaking met water zou zijn. Zo eigenwijs als ze kan zijn, zo graag nam ze het nu van me aan.
In het kleedhokje zong ze van blijdschap. Even later ging ze stilletjes tussen de andere kinderen zitten op het bankje naast het zwembad, waar ze vriendelijk werden opgevangen door badmeester T.
Na zijn introductiepraatje liep het rijtje serieus kijkende kinderen naar de trap, waarover ze een voor een het warme water in stapten. Ik ken mijn dochter. En ik zag aan haar hele lijf dat het háár moment was. Háár zwemles, waarop ze zich zo lang had verheugd. Ingetogen maar trefzeker liep ze door het water. Zwaaide breed lachend naar me. Met een gerust hart verliet ik met de andere ouders het bad om in het restaurant koffie te drinken.
Na de les kwam ze me met een grote grijns tegemoet. Ik bukte, zodat ze haar natte armen om mijn nek kon slaan. "Hoe was het?", vroeg ik, maar het antwoord had ik al afgelezen aan haar gezicht.
In de auto, op weg naar huis, vertelde ze honderduit over alles wat ze had gedaan en hoe leuk ze het vond. Inmiddels heeft ze een handjevol zwemlessen achter de rug. Met plezier zie ik haar iedere keer gaan en komen. De pret, het enthousiasme, de ervaring die ik haar zo gun. Waar ze haar hele leven mee vooruitkan. En die ze wellicht ooit mag beleven met haar eigen kinderen. Ze zal met een knipoog terugkijken naar de dag van vandaag.
dinsdag 17 november 2015
Vrijdag de dertiende
De kalashnikov. Het meest verspreide vuurwapen ter wereld. Bij volautomatisch vuur spuugt-ie zo'n tien kogels per seconde uit de loop. Die kogels, van het kaliber 7.62 mm, hebben een snelheid van circa 720 meter per seconde. Met die feiten in mijn achterhoofd probeer ik mij steeds te verplaatsen in wat er zich heeft afgespeeld in Le Bataclan, het Parijse theater dat opeens wereldberoemd werd. In wat zich voltrok op de terrassen in het tiende en elfde arrondissement van de Franse hoofdstad.
Maar ik vind het moeilijk mij iets daarbij voor te stellen - misschien wíl ik het ook wel niet.
Onwillekeurig probeer ik het. Probeer me voor te stellen wat er gebeurt als je met je vrienden op een terras zit. En plots verstoren harde knallen het genietbare. Paniek, geschreeuw, glasgerinkel, mensen die op de grond vallen - in een reflex, of gewond, of dood. Zomaar. Uit het niets. Van het ene op het andere moment uit het leven gerukt door duistere krachten, waar wij westerlingen amper weet van hebben.
Le Bataclan. Op tv en op internet zie ik zie beelden van mensen die via een achteruitgang de hel op aarde ontvluchten. Sommigen gewond, al dan niet ondersteund door vrienden of volslagen vreemden. Ik zie bloedsporen. Hoor angstig geschreeuw. En zie een zwangere vrouw aan een vensterbank hangen, meters boven de grond. Geen pen die haar doodsangst ooit kan beschrijven. Binnen klinken schoten, gaan mensen dood. Allahu akbar. God is de grootste.
Vrijdag 13 november 2015. De dag die in ons collectieve geheugen is gebeiteld, de dag van het onrecht. De dag dat het duistere gezicht van religie van zich deed speken. In ons eigen, veilige Europa. Dat samen met grote broer Amerika nobel het onrecht bestrijdt. Met name uit islamitische hoek.
Daar weten wij in ons kikkerlandje trouwens ook wel raad mee. Nog altijd spreken onze geschiedenisboeken van 'politionele acties', maar het waren in feite niet veel meer of minder dan keiharde pogingen om het toenmalige Nederlands Indië binnenboord te houden - met alle agressie tegen de inheemse bevolking van dien. Wij waren het eerste land dat door de Verenigde Naties op de vingers werd getikt. Voor de statistieken: negentig procent van de Indonesiërs is moslim. Ja, wij Nederlanders weten wel hoe je met moslimterroristen moet omgaan. Maar het nadeel van bloed is dat het kleeft. Bij voorkeur aan onze handen.
Vele jaren later, van een totaal andere orde, maar net zo hypocriet: hoe kwam Sadam Hoessein aan de grondstoffen voor het gifgas dat hij tegen de koerden in zijn land gebruikte? Wie begon er een totaal ongefundeerde oorlog om diezelfde Sadam Hoessein uit het zadel te werpen? Een oorlog die het land grandioos ontwrichtte en in diepe chaos stortte. Om het over Afghanistan nog maar niet te hebben. Lang genoeg heeft het Westen zwijgend toegezien hoe Bashar al-Assad in Syrië rare dingen deed. Maar nu ook dit land steeds verder afglijdt in chaos en ontreddering, krabben we ons achter de oren. Probeer dat probleem nog maar eens netjes op te lossen. Zeker als je sommige strijdende partijen al hebt voorzien van wapens en militair advies.
Extremistische organisaties als al-Quaeda en IS vinden een rijke voedingsbodem op plekken waar Koning Chaos regeert. Maar wat maakt dat Koning Chaos op sommige plekken regeert? Wie heeft er nog schone handen? Niemand. Een aanslag als die van 11 september 2001 is ook niet zomaar gepleegd omdat New York nou toevallig de dichtstbijzijnde stad was en omdat het die dag niet regende.
De geest is uit de fles. En wil er niet meer in. Hoelang vechten we al tegen al-Quaeda? Hoe hard hebben we IS al gebombareerd? Het mag niet baten. Hun strijdtoneel is niet het slagveld. Hun échte strijdtoneel is onze samenleving. Niets rechtvaardigt bloedige aanslagen zoals die in Parijs. Maar we moeten er ook niet meer verbaasd van opkijken. Ik vrees dat het nog vaak vrijdag 13 november 2015 zal zijn. Want Allahu akbar. God is de grootste.
Maar ik vind het moeilijk mij iets daarbij voor te stellen - misschien wíl ik het ook wel niet.
Onwillekeurig probeer ik het. Probeer me voor te stellen wat er gebeurt als je met je vrienden op een terras zit. En plots verstoren harde knallen het genietbare. Paniek, geschreeuw, glasgerinkel, mensen die op de grond vallen - in een reflex, of gewond, of dood. Zomaar. Uit het niets. Van het ene op het andere moment uit het leven gerukt door duistere krachten, waar wij westerlingen amper weet van hebben.
Le Bataclan. Op tv en op internet zie ik zie beelden van mensen die via een achteruitgang de hel op aarde ontvluchten. Sommigen gewond, al dan niet ondersteund door vrienden of volslagen vreemden. Ik zie bloedsporen. Hoor angstig geschreeuw. En zie een zwangere vrouw aan een vensterbank hangen, meters boven de grond. Geen pen die haar doodsangst ooit kan beschrijven. Binnen klinken schoten, gaan mensen dood. Allahu akbar. God is de grootste.
Vrijdag 13 november 2015. De dag die in ons collectieve geheugen is gebeiteld, de dag van het onrecht. De dag dat het duistere gezicht van religie van zich deed speken. In ons eigen, veilige Europa. Dat samen met grote broer Amerika nobel het onrecht bestrijdt. Met name uit islamitische hoek.
Daar weten wij in ons kikkerlandje trouwens ook wel raad mee. Nog altijd spreken onze geschiedenisboeken van 'politionele acties', maar het waren in feite niet veel meer of minder dan keiharde pogingen om het toenmalige Nederlands Indië binnenboord te houden - met alle agressie tegen de inheemse bevolking van dien. Wij waren het eerste land dat door de Verenigde Naties op de vingers werd getikt. Voor de statistieken: negentig procent van de Indonesiërs is moslim. Ja, wij Nederlanders weten wel hoe je met moslimterroristen moet omgaan. Maar het nadeel van bloed is dat het kleeft. Bij voorkeur aan onze handen.
Vele jaren later, van een totaal andere orde, maar net zo hypocriet: hoe kwam Sadam Hoessein aan de grondstoffen voor het gifgas dat hij tegen de koerden in zijn land gebruikte? Wie begon er een totaal ongefundeerde oorlog om diezelfde Sadam Hoessein uit het zadel te werpen? Een oorlog die het land grandioos ontwrichtte en in diepe chaos stortte. Om het over Afghanistan nog maar niet te hebben. Lang genoeg heeft het Westen zwijgend toegezien hoe Bashar al-Assad in Syrië rare dingen deed. Maar nu ook dit land steeds verder afglijdt in chaos en ontreddering, krabben we ons achter de oren. Probeer dat probleem nog maar eens netjes op te lossen. Zeker als je sommige strijdende partijen al hebt voorzien van wapens en militair advies.
Extremistische organisaties als al-Quaeda en IS vinden een rijke voedingsbodem op plekken waar Koning Chaos regeert. Maar wat maakt dat Koning Chaos op sommige plekken regeert? Wie heeft er nog schone handen? Niemand. Een aanslag als die van 11 september 2001 is ook niet zomaar gepleegd omdat New York nou toevallig de dichtstbijzijnde stad was en omdat het die dag niet regende.
De geest is uit de fles. En wil er niet meer in. Hoelang vechten we al tegen al-Quaeda? Hoe hard hebben we IS al gebombareerd? Het mag niet baten. Hun strijdtoneel is niet het slagveld. Hun échte strijdtoneel is onze samenleving. Niets rechtvaardigt bloedige aanslagen zoals die in Parijs. Maar we moeten er ook niet meer verbaasd van opkijken. Ik vrees dat het nog vaak vrijdag 13 november 2015 zal zijn. Want Allahu akbar. God is de grootste.
Abonneren op:
Posts (Atom)