dinsdag 21 februari 2012

Geef terug!

Het is een rustige vrijdagochtend. Ik ben druk met het huishouden. Op de achtergrond spelen de twee kleine meisjes. Hun schatergelach klinkt opeens dichtbij en vanuit mijn ooghoeken zie ik de blauwe loopauto voorbijflitsen. Het grote kleine meisje duwt de auto rennend voor zich uit. Kleine zusje zit erop, schaterend van pret. Bij de bocht naar de woonkamer gaat het mis. Daar maakt kleine zusje kennis met het middelpunt vliedende kracht. En met het laminaatparket.
Ik til haar op. Ze huilt, maar even knuffelen met een troostende papa helpt altijd. Een paar minuten later schieten de twee dames weer schaterend door de woning.
Met een kop koffie in de hand wacht ik rustig op de volgende valpartij. Nog voordat het kopje halfleeg is, mag ik weer opdraven om te troosten en te knuffelen. En zo gaat het nog twee keer. Ondertussen waarschuw ik het grote kleine meisje om toch maar een versnelling lager te gaan om kleine zusje nog meer valpartijen te besparen.
Een huilpartij verder besluit ik de dames te helpen. Maar dát mag niet. Het grote kleine meisje duwt me weg. "Nee, papa. Ik doe dat!"
Het zij zo. Als de laatste waarschuwing even later is bereikt, stap ik op de loopauto af en pak die uit haar handen. Ze houdt 'm stevig vast. "Maar ik ga nu rustig doen," werpt ze tegen. Het is de tweede keer dat ze dat zegt, dus hou ik voet bij stuk. Net als zij.
Als ze merkt dat ik de auto toch echt ga wegpakken, worden haar oogjes vochtig. "Dat is mijn auto! Geef terug!" roept ze. "Nee, ik ruim de auto nu op. Ik heb je vaak genoeg gewaarschuwd," zeg ik rustig. "Nee, papa! De auto is van mij! Geef terug!" Tranen biggelen over haar wangen. Het kleine zusje is ondertussen met ander speelgoed in de weer - het zal haar een worst wezen.
De auto verdwijnt achter een deur die op slot gaat. Voor een paar uurtjes. Het grote kleine meisje is ontroostbaar. "Ik wil mijn auto terug," huilt ze.
's Avonds galmt haar 'geef terug' nog na in mijn hoofd. Ze vond het zo oneerlijk. Háár auto, die pak je toch niet zomaar weg?
Nee, dat doe je ook niet. Maar bij opvoeding horen nou eenmaal regels. En die regels consequent naleven..., dat is voor het kleine grut soms net zo moeilijk als voor papa. Er komt een tijd dat ze dat begrijpt.

maandag 30 januari 2012

Tijd

Niets zo fascinerend als tijd. Onzichtbaar, maar overal aanwezig. Ongrijpbaar, maar feilloos te meten. Sinds jaar en dag heb ik er een chronisch gebrek aan. Het pijnlijke besef kwam weer eens toen ik deze weblog bekeek en tot mijn grote schrik en spijt zag dat mijn laatste blog van juli 2011 was. Als ik dit typ, is het januari 2012. Tel uit je winst.
Tijd is schaars dezer dagen. Vooral sinds ik kinderen heb, want die kosten nou eenmaal veel tijd. Kinderen, een huishouden draaiend houden, een nagenoeg voltijdse baan. Onderwerpen genoeg, inspiratie te over, maar het verstrijken van de tijd is helaas onverbiddelijk. Het schrijven van een blogje schuift dan met speels gemak snel naar de achtergrond.
Sta ik dan. Met mijn weblog die ik zo graag op gezette tijden wilde bijhouden. Laat het een goed voornemen zijn voor 2012: weer geregeld achter het toetsenbord kruipen – tijd of geen tijd – en mijn kronkels hier vastleggen voor wie ze maar lezen wil.
Eén probleem: ik hou niet van goede voornemens. Laat dit de uitzondering zijn die de regel bevestigt.

donderdag 14 juli 2011

Basisschool

Het kleine meisje kijkt uit over het schoolplein. Allemaal spelende kinderen. “Kijk, papa! Een schommel!” roept ze opgetogen. Ja, ik zie de schommel. Ze staat naast me en kijkt goedkeurend rond. Ze is drie jaar. En dus wordt het tijd om uit te zien naar een geschikte basisschool.
We lopen naar binnen. Na een informatief gesprek met de directeur lopen we door het gebouw. Tijden zijn veranderd, merk ik. De directeur voert vrolijke gesprekjes met het kleine meisje. Ik zie rode muren, oranje muren, veel speelgoed, vrolijke kinderen, tekeningen aan muren, smartboards waarop in alle kleuren van de regenboog wordt geschreven.
Een onderwijzer begroet het kleine meisje op zijn eigen, vakbekwame manier. Uiteraard met een vrolijke lach en een uitgestoken hand. Ze wordt er verlegen van. Verstopt zich veilig achter papa. Maar haar ondeugende oogopslag verraadt dat ze het leuk vindt.
Onderwijzers op slippers en in veelkleurige korte broeken. Hoe anders was dat in mijn basisschooljaren. Een bijna honderd jaar oud schoolgebouw met hoge, galmende gangen. Kraakhelder en smetteloos witgekalkt. Net als de klaslokalen met hun hoge plafonds. ’s Ochtends in de rij staan op het schoolplein, wachten op de bel. Niks schommel. En rij aan rij naar je klaslokaal. Jas ophangen en snel naar binnen, zitten en boeken op je bank. Vragen? Vinger opsteken. Geen vragen? Dan mond dicht en opletten. Aan het hoofd een strenge non, die beslist geen vrolijke gesprekjes voerde met ons, nederige leerlingen.
Maar zoals gezegd, tijden zijn veranderd. Ik zou niet willen dat mijn kleine meisje op een dergelijke school terechtkwam. Nee, laat haar schommelen op het schoolplein, werken aan haar taken, leren met groepjes medeleerlingen en vooral als mens – met al haar sterke en zwakke kanten – worden gewaardeerd door haar onderwijzers. Want dat was in haar papa’s basisschooltijd nog een utopie.